سورة البقرة – Soera Al-Baqarah 28-30

De ontkenning van de scheppingskracht van Allah door de ongelovigen:

Allah, de Verhevene, zegt het volgende over hun houding en ongegronde ontkenning:

كَيۡفَ تَكۡفُرُونَ بِٱللَّهِ وَكُنتُمۡ أَمۡوَٰتٗا فَأَحۡيَٰكُمۡۖ ثُمَّ يُمِيتُكُمۡ ثُمَّ يُحۡيِيكُمۡ ثُمَّ إِلَيۡهِ تُرۡجَعُونَ


“Hoe kunnen jullie Allah loochenen, terwijl jullie dood waren en Hij jullie tot leven bracht? Daarna doet Hij jullie sterven, vervolgens wekt Hij jullie weer tot leven en uiteindelijk keren jullie tot Hem terug.” (al-Baqarah: 28)  

Hoe kunnen mensen de waarheid van Allah verbergen? Wie heeft hen uit het niets geschapen? Aangezien zij geschapen zijn, hebben zij een Schepper nodig. Dat is Allah, de Eeuwige en Oneindige. Het verstand vereist dit geloof. Bovendien zal de Schepper de mensen doen sterven en hen daarna opnieuw tot leven wekken. Degene die uit het niets schept, kan na de dood alles opnieuw scheppen. Als een fabriek in staat is een auto te produceren, dan kan diezelfde fabriek ook een kapotte auto opnieuw maken. Want het werk van een fabriek is produceren. Eén van de eigenschappen van Allah is het scheppen. Voor Hem is het opnieuw scheppen helemaal niet moeilijk. Voor Hem is het scheppen heel eenvoudig. Hij hoeft slechts te zeggen: “Wees!”, en het is. Daarna zullen wij tot Hem terugkeren, wij zullen onze Heer rechtstreeks ontmoeten, Hij zal ons ter verantwoording roepen en over alles ondervragen. Daarom gelooft iemand die gelooft dat Allah de Schepper is, ook in de Dag des Oordeels, de wederopstanding en de rekenschap. De ongelovigen willen hier echter niet aan denken. Zo worden zij opstandig tegenover Allah. Alsof zij nooit zullen sterven, gedragen zij zich zonder ooit na te denken over de opstanding en het hiernamaals – en zij willen er ook niet over nadenken.

Allah de Verhevene herinnert de tegenstribbelende mensen aan Zijn gunst en grootsheid met het volgende vers:

هُوَ ٱلَّذِي خَلَقَ لَكُم مَّا فِي ٱلۡأَرۡضِ جَمِيعٗا ثُمَّ ٱسۡتَوَىٰٓ إِلَى ٱلسَّمَآءِ فَسَوَّىٰهُنَّ سَبۡعَ سَمَٰوَٰتٖۚ وَهُوَ بِكُلِّ شَيۡءٍ عَلِيمٞ

“Hij is Degene Die alles wat op aarde is voor jullie heeft geschapen. Daarna richtte Hij Zich tot de hemel en maakte er zeven hemelen van. En Hij is Alwetend over alle dingen.” (al-Baqarah: 29)  

Toen Allah de mensen schiep, maakte Hij de aarde tot hun verblijfplaats en bereidde Hij daarin alles wat zij nodig hadden. Alles wat zich op aarde bevindt, stelde Hij ten dienste van de mens. Desondanks, o mensen, hoe kunnen jullie Allah afwijzen? Hoe kunnen jullie Zijn bevel trotseren? Tegelijkertijd schiep Hij ook de zeven hemelen. (Dit wordt ook vermeld in Soera al-Djaathiya, vers 13.) Hiermee toont Hij zowel Zijn grootsheid als Zijn gunsten. Toch worden mensen ontkenners tegenover Allah.

Het Arabische woord voor “kafir” betekent taalkundig: iemand die de waarheid bedekt/verbergt. Een ongelovige is dus iemand die de waarheid ontkent, iets verwerpt of weigert te aanvaarden. De vakkundige of islamitische betekenis van “kafir” is: iemand die Allah of enig onderdeel van het geloof dat geaccepteerd dient te worden, verwerpt of bedekt. Iemand die het profeetschap van Mohammed ontkent, de Koran verwerpt, een enkel vers van de Koran afwijst of de islamitische wetgeving loochent – of iemand die bewust de realiteit van democratie verdoezelt en deze probeert te verenigen met de islam – is een kafir.

Want de taalkundige en vakkundige betekenis van democratie is: de heerschappij van het volk. De islamitische wetgeving daarentegen is: de heerschappij van Allah. Verkiezingen vormen een apart onderwerp. In de islam worden verkiezingen zo begrepen: het kiezen van een Khalifah die de wetten van Allah/Shariah zal implementeren/toepassen. Ook is het toegestaan om mensen te kiezen die de Khalifah zullen controleren op het toepassen van Allah’s wetten en hem vanuit islamitisch oogpunt zullen adviseren. Deze mensen worden “Ahloes-Shoera” (de raadgevers), “vertegenwoordigers van de gemeenschap” of “afgevaardigden” genoemd. Dit is toegestaan en deelname hieraan is een goede daad. Verkiezingen in een democratie daarentegen dienen om wetten te maken in naam van het volk en om mensen te kiezen die deze wetten zullen toepassen. Dit is vals, deelname hieraan is verboden en geloven hierin is ongeloof.

Toch; Allah de Verhevene vestigt in dit vers de aandacht van de mensen op de gunsten die Hij op de aarde en in de hemelen heeft geschapen, om hen te laten nadenken en te overtuigen van Zijn eigen bestaan en van de waarheden die met dit bestaan te maken hebben. Dit is gebaseerd op het vorige vers en is een antwoord op de ontkenning die daarvoor werd genoemd. Want in dat vers werd de ontkenning in de vraag als volgt gesteld: Hoe kunnen jullie Allah ontkennen of hoe kunnen jullie ongelovig zijn in Allah?! De betekenis van de ontkennende vraag is dat men iets slechts of verkeerds dat de mens heeft gedaan afwijst en vraagt: Hoe kun je dit doen of hoe kun je dit zeggen?! Het zijn zulke vragen.

Mensen doen veel moeite om kennis te verkrijgen en geven veel geld uit, toch verkrijgen ze beperkte kennis. Vooral over de toekomst blijven ze zich baseren op vermoedens en veronderstelde kennis. Dit toont de onmacht van de mensen aan. De mens die zijn verstand gebruikt, gelooft zeker in Allah en onderwerpt zich enkel aan Hem.

Mensen gehoorzamen de wetten van de staat omdat ze bang zijn, ze zijn zelfs bang om in het geheim in opstand te komen tegen de staat. Want ze zeggen: “de staat kan het weten.” Hoe kunnen zij dan niet gehoorzamen aan het bevel van Allah, Die hen heeft geschapen en weet wat zij in het geheim doen? Omdat ze de straf niet meteen krijgen? Maar vroeg of laat zal de mens gestraft worden voor zijn verzet tegen Allah. In de wereld worden mensen met veel rampen getroffen. Wat anders kunnen deze zijn dan straffen? Wanneer er een ramp hen treft, erkennen ze Allah en beginnen Hem te smeken. Maar wanneer Allah de ramp van de mensen wegneemt, vergeten de mensen onmiddellijk de gunst van Allah. Hoe ondankbaar zijn mensen toch?! Moge Allah ons niet tot zulke mensen maken…

De plaatsing van de mens als khalifah (stedehouders) op aarde:

Nadat Allah (swt) heeft meegedeeld dat Hij de aarde voor de mensen heeft geschapen, maakt Hij aan de engelen bekend dat Hij de mens zal scheppen:

وَإِذۡ قَالَ رَبُّكَ لِلۡمَلَٰٓئِكَةِ إِنِّي جَاعِلٞ فِي ٱلۡأَرۡضِ خَلِيفَةٗۖ قَالُوٓاْ أَتَجۡعَلُ فِيهَا مَن يُفۡسِدُ فِيهَا وَيَسۡفِكُ ٱلدِّمَآءَ وَنَحۡنُ نُسَبِّحُ بِحَمۡدِكَ وَنُقَدِّسُ لَكَۖ قَالَ إِنِّيٓ أَعۡلَمُ مَا لَا تَعۡلَمُونَ

“En toen jouw Heer tot de engelen zei: Voorwaar, Ik zal op de aarde een khalifah aanstellen. Zij zeiden: Ga Je daarop iemand aanstellen die daar verderf zal zaaien en bloed zal vergieten, terwijl wij U lofprijzen met Uw lof en U heiligen? Hij zei: Voorwaar, Ik weet wat jullie niet weten.” (al-Baqarah: 30)  

Allah (swt) maakt aan Zijn Boodschapper bekend dat de mensen hun oorsprong, waar en hoe zij zijn gekomen, leren kennen. Hopelijk worden zij een ware khalifah. Toen Allah de Verhevene tot de engelen zei: “Ik zal op de aarde een plaatsvervanger aanstellen”, vroeg Hij hen niet om raad, en zij maakten ook geen bezwaar. Want zoals we in het vorige vers hebben geleerd:

“Hij is Degene Die alles wat op aarde is voor jullie heeft geschapen. Daarna richtte Hij Zich tot de hemel en maakte er zeven hemelen van. En Hij is Alwetend over alle dingen.” (al-Baqarah: 29)  

schiep Allah, Gezegend en Verheven is Hij, de aarde voor de mensen. Eerst schiep Hij een woonplaats voor de mensen, een omgeving die geschikt zou zijn voor hun aard en die in hun behoeften zou voorzien, en daarna schiep Hij de mensen. De engelen maken geen bezwaar tegen Allah de Verhevene, zij onderwerpen zich altijd aan Allah. Omdat zij vanwege de reinheid en zuiverheid van hun engelennatuur niets anders denken dan absoluut goed en vrede, beschouwen zij het prijzen en heiligen van Allah als het enige doel van het bestaan.

Allah had hun eerder informatie gegeven over de mens, op basis daarvan: een deel van de mensen zal verderf zaaien en bloed vergieten. Want uit de betekenis “Zult U daarop iemand aanstellen die daarop verderf zal zaaien en bloed zal vergieten?” blijkt dat niet elke mens bloed zal vergieten. Het woord “مَنْ” in het vers betekent sommige / iemand van. Volgens deze betekenis kan dit in het Nederlands zo worden geschreven: “Sommigen zullen daar verderf zaaien en sommigen bloed vergieten.” De andere groep is dus niet zo. Tegenover die eerste groep zeiden de engelen: “Terwijl wij U lofprijzen met Uw lof en U heiligen…”

Allah de Verhevene zegt tot de engelen: “Voorwaar, Ik weet wat jullie niet weten.” De engelen leren slechts van Allah.

In de komende verzen (vers 32) zeiden de engelen tot Allah: “Wij hebben geen kennis behalve wat U ons hebt onderwezen.” Omdat de engelen van Allah hadden vernomen dat een deel van de mensen verderf zal zaaien en bloed zal vergieten, zeiden zij deze dingen.

Hiermee leggen ze uit dat ze de schepping van de mensen niet goedkeuren. Daartegenover zeggen ze: “Wij verheerlijken, loven en prijzen U, wij zijn voldoende, laat zulke wezens niet bestaan.” Maar Allah heeft een wijsheid, niemand kent die. Echter, Allah de Verhevene heeft gezegd: “Ik heb de djinns en de mensen slechts geschapen opdat zij Mij zouden aanbidden.” (Zariyat 56), waarmee Hij verklaarde dat Hij de mensen en djinns geschapen heeft zodat zij Hem aanbidden. Met andere woorden, Allah stelt zich tot doel dat mensen en djinns Hem aanbidden. Maar er zullen djinns en mensen zijn die opstandig zullen zijn. De engelen hebben dit van Allah vernomen. Want zij kregen van Allah ook te horen dat er verderf zaaiende en bloedvergietende mensen zouden verschijnen. Hieruit blijkt dat de mens een vrije wil zal hebben en niet verplicht zal zijn zoals de engelen.

In het vers staat: “Hij zal een khalifah op aarde aanstellen.” In het Arabisch betekent “khalifah” iemand die in de plaats van een ander treedt. Dat betekent: degenen die heerschappij over de aarde zullen hebben. Een kind wordt khalifah van zijn vader in de erfenis. Wanneer mensen elkaars khalifah zijn, erven ze van elkaar en volgt de een de ander op. Allah heeft de aarde nagelaten aan de mensen en hen daardoor elkaars erfgenamen gemaakt. Elke mens is voor een bepaalde tijd erfgenaam, daarna sterft hij, komen er anderen na hem, en dit zal zo doorgaan tot de Dag des Oordeels.

In de istilaahie (vakkundige – islamitische) betekenis betekent khalifah: de algemene leider van alle moslims op aarde die belast is met het dragen van wat Allah heeft neergezonden en met het uitdragen van de islamitische boodschap aan de gehele mensheid.

De Boodschapper van Allah, Sallallahu Aleyhi ve Sellem, heeft aangegeven dat het systeem dat na hem zou komen een khilafah-systeem zou zijn, als volgt:
“De kinderen van Israël werden geregeerd (politieke gezag) door profeten; telkens wanneer een profeet stierf, werd hij opgevolgd door een andere profeet. Maar na mij zal er geen profeet meer komen, er zullen khoelafah (= meervoud van khalifah) zijn.” Toen de metgezellen dit hoorden, vroegen zij: “Wat beveel jij ons, o Boodschapper van Allah?” Hij zei: “Wees trouw aan degene aan wie als eerste de eed van trouw is afgelegd. Geef hun hun recht. Allah zal hen rekenschap vragen over degenen die zij leiden.” (Moeslim)

Als de mens khalifah op aarde zal zijn, moet hij Allah aanbidden en Allah verheerlijken. Als hij erfgenaam wordt van Allah’s heerschappij, moet hij handelen naar de bevelen van Allah, die de eigenaar is van die heerschappij. Anders wordt de erfenis van hem afgenomen en gegeven aan degenen die de bevelen van Allah op aarde zullen uitvoeren. Zoals Allah de Verhevene heeft gezegd:

“En voorwaar, Wij hebben in alle geopenbaarde Heilige Boeken genoteerd, nadat (Wij reeds in) het Boek dat in de hemel bij Allah is, genoteerd hebben, dat Mijn rechtvaardige dienaren het land zullen beërven.” (Al-Anbiya 105–106)

Allah de Verhevene heeft deze waarheid niet alleen in de Koran, maar ook in de Thora en de Psalmen verkondigd. De betekenis hiervan is: Allah de Verhevene richt zich tot Zijn rechtschapen dienaren en zegt dat slechts zij erfgenamen van deze aarde zullen zijn, en dat het verplicht is hiervoor te jihad te verrichten en inzet te tonen op de weg van Allah. Want rechtschapen dienaren kunnen de aarde niet in bezit nemen door enkel te blijven zitten zonder strijd of inspanning. Toen Allah de Verhevene de kinderen van Israël deze opdracht gaf en hen verplichtte te strijden, werden ze bang en zeiden tegen Mozes: “Trek jij maar samen met jouw Heer ten strijde, wij blijven hier zitten.” (Al-Ma’ida 24) Want Mozes, vrede zij met hem, had zijn volk meegedeeld dat zij erfgenamen zouden worden van het heilige land van Allah. Toen hij zei: “Sta op en strijd,” zeiden zij: “Daar woont een sterk volk, we zijn bang voor hen. Laat Allah hen eruit verdrijven, dan zullen wij daarheen gaan en er wonen.” Mozes zei: “Maar dat kan alleen met strijd.” Ze zeiden: “Nee, we zullen niet strijden. Zolang dat volk daar is, zullen wij daar niet heen gaan. Jij en jouw Heer moeten maar samen strijden.” Daarom strafte Allah de Verhevene de kinderen van Israël.

In de Heilige Koran heeft Allah de Verhevene in honderden verzen de strijd (jihad) verplicht gesteld en het belang ervan benadrukt. Alleen langs deze weg verheft en vestigt Allah Zijn religie en maakt Hij de gelovigen of rechtschapen dienaren erfgenamen en khalifah’s op aarde. Volgens dit vers zullen degenen die khalifah op aarde zullen zijn, rechtschapen gelovigen zijn die strijden en zich inzetten voor de religie van Allah tegen de verderfzaaiers en moordenaars (zij die onrechtmatig bloed vergieten en mensen doden). Want wanneer gelovigen strijden, doen zij dat niet om mensen te doden, maar om hen tot de islam uit te nodigen. Als zij dat weigeren, wordt gestreefd naar hun onderwerping aan de islamitische wetgeving. Ongelovigen daarentegen zaaien verderf, vergieten bloed en proberen andere mensen te onderwerpen aan hun eigen heerschappij en valse overtuigingen, waarbij zij veel doden en bloed vergieten. Als de rechtschapen dienaren zich hier niet tegen verzetten en geen strijd voeren, zullen zij onderdrukt worden en vernederd leven onder de heerschappij van die verderfzaaiers. Het tegenovergestelde van een rechtschapen dienaar is een verderfzaaier. Een rechtschapen dienaar verricht rechtschapen daden, en dit zijn uitsluitend de bevelen van Allah. Een verderfzaaier verricht verdorven daden, en dit zijn daden die tegen het bevel van Allah ingaan.

Vrome dienaren blijven weg van afgoderij en zij kennen Allah geen deelgenoten toe in geloofsleer of in daden; zij nemen hun rabbijnen en priesters niet als Heer. Allah, de Verhevene, maakt duidelijk dat afgoderij tot de grote verboden zonden behoort. Want rabbijnen en priesters verklaarden voor Joden en Christenen het verboden tot toegestane en het toegestane tot verboden. Met andere woorden, zij maakten hun eigen wetten. En wanneer men de wetten volgt van parlementariërs of volksvertegenwoordigers die wetten uitvaardigen zoals rabbijnen en priesters dat deden, dan zijn zij als degenen die hen als Heer nemen.

De betekenis van lofprijzen (Hamd) is: prijzen. Omdat Allah ons geschapen heeft en ons allerlei gunsten heeft gegeven, zullen wij Hem prijzen en Hem danken. Zij die geloven in Allah als Schepper en Hem gedenken, doen dit. Hem heiligen betekent: Hem verheffen, Hem boven alles plaatsen en Hem het meest liefhebben. Hij komt vóór onszelf, onze kinderen, ons bezit en andere dierbare zaken, en wordt geliefder dan die allen. Alleen Hij zal ons leven vervullen.

Als de betekenis van de khalifah in de islamitische terminologie duidelijk wordt begrepen, dan blijkt dat ervoor werken om deze opnieuw tot leven te brengen een van de grootste plichten is – zelfs een kwestie van leven en dood. Want alleen hij zal op aarde de wetten van Allah toepassen en verspreiden. Alleen hij maakt een einde aan verderf en stopt het vergieten van bloed. Wanneer de islam wordt toegepast, wordt gerechtigheid gerealiseerd en doodt niemand een ander onterecht. Als dat wel gebeurt, past de khalifah onmiddellijk de vergelding toe. Op die manier wordt moord voorkomen. Hij voorkomt verderf en zo worden ware veiligheid en rust verwezenlijkt. In de tijd van de islamitische staat van het khalifaat proefden mensen veiligheid en rust en aanbaden zij Allah. Maar nu, onder het op secularisme gebaseerde kapitalistische systeem, is er voortdurend verderf, corruptie, kolonialisme, en worden mensen voor rijkdom en bezit door koloniale seculiere staten afgeslacht. Ze misleiden jongeren, verspreiden immoraliteit en verbieden het dienen van Allah. Zelfs meisjes en vrouwen die om kuisheid vragen en zich willen bedekken, worden verboden zich te bedekken en worden daarvoor gestraft. Moslims die oproepen tot het toepassen van Allah’s sharia worden gearresteerd en krijgen zware straffen opgelegd.

Toen Allah, de Verhevene, de mens op aarde als khalifah schiep, wilde Hij de engelen zijn superioriteit tonen. Want Allah, Gezegend en Verheven is Hij, gaf de mens verstand en kennis.

Comments are closed.