Vraag:
In welke opzichten is de Koran een wonder?
Is het feit dat mensen hem niet kunnen nabootsen voldoende om te bewijzen dat hij een openbaring van Allah is?
Antwoord:
De Koran is een wonder op het gebied van literatuur, taal, welsprekendheid en stijl. Wanneer een bepaalde betekenis moet worden overgebracht, zijn de woorden correct gekozen; zorgvuldig bepaald welk woord eerst en welk daarna zal komen. Klank, ritme en toon zijn in harmonieuze samenhang gerangschikt. Het klinkt aangenaam in het oor en geeft rust in het hart; het verstand stelt zich de werkelijkheid van wat verteld wordt levendig voor en beeldt het zich in. Hoewel de betekenissen diep zijn, zijn de mooiste en meest geschikte woorden gekozen om ze uit te drukken. De Koran wekt nooit gevoelens van verveling of afkeer op; de mens wil hem steeds met plezier blijven lezen.
Denkers proberen in hun werken over recht, politiek, economie en filosofie diepzinnige ideeën over te brengen. Maar de schrijvers slagen er niet in om deze ideeën in een aantrekkelijke stijl te verwoorden. Daarom willen de meeste mensen zulke werken niet lezen; alleen specialisten voelen zich genoodzaakt om ze te bestuderen. De Koran daarentegen bevat weliswaar diepzinnige gedachten, maar is op zo’n prachtige manier verwoord dat iedereen hem wil lezen; het lezen en begrijpen ervan gaat gemakkelijk. Daarom vergeleken de meesters van literatuur en poëzie uit de stam ‘Qoeraisj’ de Koran met poëzie en zeiden dat hij een betoverende, magische kracht heeft. Tegelijkertijd beseften zij echter dat het noch poëzie, noch magie is. De Koran lijkt niet op de poëzie en literatuur die zij kenden. De mens denkt: “Dat kan ik ook zeggen, iets zoals dit.” want het klinkt eenvoudig, begrijpelijk en niet moeilijk. Maar wanneer hij probeert iets soortgelijks te zeggen, lukt dat niet. Dat is het toppunt van welsprekendheid.
Voor elk onderwerp zijn de meest passende woorden gekozen. Zo worden bij het spreken over het paradijs en zijn zegeningen zachte woorden gebruikt, terwijl bij het beschrijven van de hel en haar bestraffing harde en dreigende woorden gehanteerd. Het stilistische wonder van de Koran blijft voortbestaan tot aan de Dag des Oordeels. Daarom moet hier aandacht aan worden besteed, want in elke tijdperk wordt dit aspect opnieuw bewezen. Wetenschappelijke ontdekkingen staan niet in tegenspraak met de waarheden in de Koran; integendeel, ze stemmen ermee overeen. Toch veranderen deze ontdekkingen voortdurend, en daarom kan men er niet op blijven steunen want de Koran is geen wetenschappelijk boek, maar legt de geloofsleer (ʿaqīdah) en de wet (sharīʿah) uit.
Om het bestaan van Allah te bewijzen, wijst de Koran op tekenen in de hemelen en op aarde. Wanneer de mens hierover nadenkt, gelooft hij in het bestaan van Allah; en wetenschappelijke feiten komen hier volledig mee overeen.
Want in de wetenschap bestaan zowel waarheden als theorieën. Een waarheid is absoluut en verandert niet; een theorie daarentegen is gebaseerd op veronderstelling, wordt voortdurend onderzocht en is niet vaststaand. De Koran kan niet worden uitgelegd op basis van theorieën, want deze zijn onzeker en kunnen elk moment veranderen.
De Koran is in het Arabisch geopenbaard. Degene die zulke woorden zou kunnen uitspreken, moet óf een Arabier, óf Mohammed, óf Allah zelf zijn. Tenzij iemand een Arabier is die de taal volledig beheerst, of iemand die het Arabisch spreekt als moedertaal, kan niemand iets zeggen dat vergelijkbaar is met de Koran. Dit is een rationele kwestie, iedereen begrijpt dat. Als zelfs de Arabieren niet in staat zijn geweest om een boek zoals dit voort te brengen, dan bewijst dit dat het niet van de Arabieren afkomstig is.
Inderdaad, de Arabische poëzie en literatuur van vóór de islam zijn tot op de dag van vandaag bewaard gebleven. Wanneer men deze vergelijkt met de Koran, blijkt dat ze er in het geheel niet op lijken en haar niveau nooit kunnen evenaren. Wanneer een mens dit beseft, erkent hij met zijn verstand dat de Koran niet van de Arabieren afkomstig kan zijn. Ook iemand die geen Arabisch spreekt, kan dit begrijpen wanneer hij het onderzoekt: hij ontdekt deze waarheid en gelooft verstandelijk in de Koran. Want geen enkele Arabier heeft ooit iets kunnen zeggen dat lijkt op de Koran; de bestaande gedichten en literaire werken vertonen geen gelijkenis met haar. Daarom gelooft men dat deze Koran niet van mensen afkomstig is, maar van Allah.
Mohammed ﷺ vrede en zegeningen zij met hem was een Arabier. Hoe geniaal hij ook was, zijn niveau kon dat van de anderen niet in extreme mate overstijgen; hij kon iets superieur zijn dan de Arabieren, maar niet uitzonderlijk veel beter. Bovendien heeft hij ook zijn eigen uitspraken, en die lijken in het geheel niet op de Koran. De Arabieren beweerden zelfs dat hij (de Koran) van anderen had overgenomen, want zij kenden Mohammeds eigen stijl en taalvaardigheid heel goed.
Het is ook een feit dat een mens instinctief de neiging heeft om trots te zijn op iets moois dat hij heeft gedaan of gezegd, of op een uitvinding die hij heeft voortgebracht; hij schrijft het aan zichzelf toe, zodat zijn positie in de samenleving stijgt en beloond wordt. Maar wanneer iemand alles aan Allah toeschrijft, opkomt met opvattingen en overtuigingen die ingaan tegen de wensen van zijn volk, en daarvoor veel leed ondergaat terwijl hem koningschap, rijkdom en bezit worden aangeboden, maar hij dit allemaal weigert dan is dat iets wat niet normaal is voor een mens. Hij vraagt niets voor zichzelf en zoekt geen enkel persoonlijk profijt. Als deze Koran zijn eigen verzinsel was geweest, dan zou het niet zo zijn gegaan. De Qoeraisj en de Arabieren zouden hem hebben geaccepteerd, hem tot een grote koning hebben gemaakt en hem een welvarend leven in paleizen hebben gegeven. Ze hebben hem dit immers aangeboden, maar hij wees het af. Voor de Koran vroeg hij geen enkele beloning, hij verlangde niets werelds. Hij vroeg alleen dat zij zouden geloven; en juist omdat zij niet wilden geloven, begonnen zij hem te vervolgen.
De Koran daagde de Arabieren, degenen die Arabisch beheersen, alle mensen en alle djinn uit, en vroeg hen een boek voort te brengen zoals de zijne. Allah zei:
قُلْ لَّٮِٕنِ اجۡتَمَعَتِ الۡاِنۡسُ وَالۡجِنُّ عَلٰٓى اَنۡ يَّاۡتُوۡا بِمِثۡلِ هٰذَا الۡقُرۡاٰنِ لَا يَاۡتُوۡنَ بِمِثۡلِهٖ وَلَوۡ كَانَ بَعۡضُهُمۡ لِبَعۡضٍ ظَهِيۡرًا ﴿الاسراء ۸۸﴾
‘Zeg: Zelfs al zouden de mensen en de djinn zich verzamelen om iets voort te brengen dat lijkt op deze Koran, dan zouden zij niet in staat zijn het gelijke ervan voort te brengen — ook al zouden zij elkaar daarbij helpen.’ (Al-Isrā’, 88)”
Toen zij het probeerden maar het niet konden, verlaagde Hij de uitdaging tot 10 hoofdstukken (soera’s) en zei het volgende:
اَمۡ يَقُوۡلُوۡنَ افۡتَـرٰٮهُ ؕ قُلۡ فَاۡتُوۡا بِعَشۡرِ سُوَرٍ مِّثۡلِهٖ مُفۡتَرَيٰتٍ وَّادۡعُوۡا مَنِ اسۡتَطَعۡتُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰهِ اِنۡ كُنۡتُمۡ صٰدِقِيۡنَ ﴿هود ۱۳﴾
“Of zeggen zij soms: ‘Hij heeft het verzonnen’? Zeg: Breng dan 10 verzonnen soera’s voort die daarmee vergelijkbaar zijn. Roep daarbij iedereen aan die jullie naast Allah kunnen aanroepen, als jullie waarachtig zijn in jullie bewering.” (Hûd, 13)
Toen zij nog steeds geen 10 soera’s konden voortbrengen, verlaagde Hij de uitdaging tot één soera en zei het volgende:
وَاِنۡ کُنۡتُمۡ فِىۡ رَيۡبٍ مِّمَّا نَزَّلۡنَا عَلٰى عَبۡدِنَا فَاۡتُوۡا بِسُوۡرَةٍ مِّنۡ مِّثۡلِهٖ وَادۡعُوۡا شُهَدَآءَكُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰهِ اِنۡ كُنۡتُمۡ صٰدِقِيۡنَ فَاِنۡ لَّمۡ تَفۡعَلُوۡا وَلَنۡ تَفۡعَلُوۡا فَاتَّقُوۡا النَّارَ الَّتِىۡ وَقُوۡدُهَا النَّاسُ وَالۡحِجَارَةُۚ اُعِدَّتۡ لِلۡكٰفِرِيۡنَ ﴿۲۴﴾
“Als jullie twijfelen aan de Koran die Wij aan Onze dienaar (Mohammed ﷺ) hebben geopenbaard, breng dan een soera voort die erop lijkt; als jullie waarachtig zijn, vraag dan ook hulp aan degenen wie jullie naast Allah vertrouwen om jullie te helpen. Jullie zullen het niet kunnen en wees daarom op uw hoede voor het vuur dat is voorbereid voor de ongelovigen, waarvan de brandstof bestaat uit mensen en stenen.” (Al-Baqarah, 23-24)
Als men zich bewust is van dit feit, zal zelfs iemand die geen Arabisch kent, met zijn verstand geloven dat de Koran van Allah afkomstig is. Want niemand is erin geslaagd een boek zoals dit, zelfs geen enkele soera, voort te brengen. Degene die dit inziet, zegt: ‘Ja, dit boek is van Allah.’ Degene die Arabisch kent en vertrouwd is met de literatuur en poëzie, ervaart dit wonder zelfs persoonlijk.
De Arabieren die de verfijnde taal perfect beheersten, begrepen dit wonder; slechts enkelen, vooral leiders en rijken, ontkenden het uit eigenbelang. Museyleme, die leiderschap wilde en zichzelf als profeet beweerde, probeerde iets te zeggen dat op de Koran leek. De rechtvaardige Arabieren die geen moslims waren, zeiden tegen Museyleme: ‘Wat je zegt, is leugen.’ Amr ibn al-As, één van de vooraanstaande leden van de Qoeraisj voordat hij moslim werd, ging naar Museyleme om hem te beluisteren. Nadat hij had geluisterd, zei hij tegen hem: ‘Jij weet zelf ook dat je een leugenaar bent.’
Walid ibn al-Mughira, die als voorzitter van de jury bij poëziewedstrijden zat, zei op een dag nadat hij de Koran van de Profeet ﷺ had gehoord: ‘Bij Allah, niemand van jullie kent de verschillende soorten gedichten en qasaid (klassieke gedichten) zoals ik. Bij Allah, wat Hij zegt lijkt op geen van deze. Voorwaar, in Zijn woorden is er zoetheid en verfrissing. Terwijl de takken van Zijn woorden bladeren voortbrengen, geeft de wortel ervan zegeningen. Het is verheven, er is niets dat hoger is dan dit.’
In die tijd, en vóór de islam, waren de gedichten die werden voorgedragen de hoogste woorden van de Arabieren. Toch konden de ongelovige Arabieren deze gedichten niet vergelijken met de Koran; integendeel, zij haalden met schaamte de mooiste gedichten die aan de Ka’aba hingen neer, in het aangezicht van de superioriteit van de Koran.
Tot nu toe heeft niemand iets voortgebracht dat met de Koran te vergelijken is, en dat zal ook nooit lukken. Iedere schrijver of dichter probeert het mooiste te schrijven, maar niets kan het niveau van de Koran bereiken. Dus is de Koran niet afkomstig van mensen.
Ik zal een voorbeeld geven van één van mijn discussies: Toen ik met een Duitser over de Koran sprak, zei hij tegen me: ‘Ik geloof in Allah, maar ik kan niet geloven dat de Koran van Allah komt!’ Ik legde het hem uit zoals hierboven. Hij zei: ‘Als wat je zegt waar is, dan kan de Koran inderdaad niet van de Arabieren of van Mohammed zijn, maar alleen van Allah.’ Na dit gesprek werd hij moslim.
Veel mensen worden moslim omdat ze onder de indruk zijn van de ideeën en de schoonheid van de voorschriften in de Koran. Sommigen worden moslim omdat ze onder de indruk zijn van het goede karakter van mensen die de islam volgen, en beginnen daarna de Koran te lezen en te begrijpen. In de periode van de Islamitische staat werden mensen massaal moslim toen de islamitische wetten en rechtvaardigheid op hen werden toegepast en zij goed behandeld werden. Daarom is de methode om de Islam te verspreiden jihad en overwinning. Soera An-Nasr verduidelijkt deze waarheid. Om deze reden is het heroprichten van deze staat een grote verplichting (fard).
Comments are closed.