سورة البقرة – Soera Al-Baqarah 35-37

De oproep aan Adam om in het paradijs te verblijven en niet van de boom te eten:

وَقُلۡنَا يَٰٓـَٔادَمُ ٱسۡكُنۡ أَنتَ وَزَوۡجُكَ ٱلۡجَنَّةَ وَكُلَا مِنۡهَا رَغَدًا حَيۡثُ شِئۡتُمَا وَلَا تَقۡرَبَا هَٰذِهِ ٱلشَّجَرَةَ فَتَكُونَا مِنَ ٱلظَّٰلِمِينَ

En Wij zeiden: “O Adam! Verblijf tezamen met jouw vrouw in het Paradijs en eet beiden vrijelijk met plezier en genot van de zaken daarvan zoals jullie willen, maar kom niet bij deze boom of jullie beiden zullen tot de onrechtplegers (zondaren) behoren, die zichzelf onrecht aandoen.” (al-Baqarah: 35)  

Allah wilde hen op de proef stellen. Hij beval hen de boom die Hij hen toonde niet te benaderen. De betekenis van het gebod “niet benaderen” is om niet van zijn vruchten te eten en om geen poging te doen om ervan te eten. In dit verband waarschuwde hij: “Als je het nadert, zul je tot de onrechtplegers behoren.” Wanneer je een onderdrukker bent, betekent het dat je moet wachten op het resultaat van deze onderdrukking. Natuurlijk staat hier een straf op. In de boeken van Tafsir worden vele namen genoemd over wat voor soort boom deze boom is. Onder deze overleveringen worden druiven, tarwe, olijven, dadels en vijgen benadrukt. Aan de andere kant is er geen duidelijk bewijs wat voor soort boom het is.

Daarom wordt er geen waarde aan gehecht, wordt er niet bij stilgestaan, ermee bezig zijn is overbodig, nutteloos, en levert ook geen enkel voordeel op. Zulke verborgen gebleven onderwerpen zijn meestal door de Israëlieten onderzocht. Omdat de Israëlieten zich altijd bezighielden met overbodige vragen en nutteloze zaken, zijn ze nooit dichtbij de ware bedoeling gekomen. Omdat Allah Ta’ala de naam van deze boom niet heeft vermeld, is het niet belangrijk om er stil bij te staan. Wat belangrijk is, is de kwestie of er wel of niet gehoorzaamheid is aan Allah. Het is een kwestie van beproeving. Wat voor boom het was, is niet belangrijk; belangrijk is of Adam (vrede zij met hem) en zijn vrouw naar Allah geluisterd hebben of niet. Het volgen van Allah’s bevel zou de essentie van de zaak moeten vormen. Als dat niet gebeurt, verschijnt onrecht. Adam (vrede zij met hem) en zijn vrouw zijn niet geslaagd in deze beproeving, zij waren ongehoorzaam aan Allah Die hun Zijn gunsten had geschonken, en zij luisterden naar Iblies die hen kwaad aandeed. Allah, de Verhevene, zegt:

Adem en zijn vrouw vallen in de val van Satan en worden uit het paradijs verdreven:

فَأَزَلَّهُمَا ٱلشَّيۡطَٰنُ عَنۡهَا فَأَخۡرَجَهُمَا مِمَّا كَانَا فِيهِۖ وَقُلۡنَا ٱهۡبِطُواْ بَعۡضُكُمۡ لِبَعۡضٍ عَدُوّٞۖ وَلَكُمۡ فِي ٱلۡأَرۡضِ مُسۡتَقَرّٞ وَمَتَٰعٌ إِلَىٰ حِينٖ

“De duivel deed hen struikelen en bracht hen tot overtreding, en verdreef hen uit het paradijs waarin zij zich bevonden. Daarop zeiden wij: ‘Gaat heen, jullie zullen vijanden van elkaar zijn, en jullie zullen op aarde een verblijfplaats en een voorziening hebben tot een bepaalde tijd.’” (al-Baqarah: 36)  

In dit vers waarschuwt onze Heer ons tegen de satan. De satan bracht twijfel in de harten van onze vader Adam en onze moeder Hawwa, en verdreef hen zo uit het paradijs. Als gevolg van de twijfel die hij opwierp, liet hij hen ongehoorzaam zijn aan Allah. Daarom moet men niet naar hem luisteren en moet men zich verre houden van zijn influisteringen.

Er kan de volgende vraag gesteld worden: hoe kunnen we ons afzijdig houden van de influisteringen van een satan die we niet kunnen zien of horen? Het antwoord hierop is: elke ongehoorzaamheid aan Allah komt van de satan, elke gedachte die aanzet tot het kwaad komt eveneens van hem. Zijn werk is het influisteren, het aanzetten tot slechte gedachten en het oproepen tot ongehoorzaamheid aan Allah. Aangezien dit de werken van de satan zijn, kan de mens zulke situaties aanvoelen en bepalen hoe hij ermee om moet gaan. Want zulke gebeurtenissen kunnen via gevoelens waargenomen worden. Daarom moet men deze situaties vermijden en zich verre houden van zulke daden.

In de tafsir-boeken wordt ook stilgestaan bij hoe de satan het paradijs binnenging en hoe hij Adam en Hawwa influisteringen gaf. Over dit onderwerp worden verschillende meningen genoemd. Enkele van deze meningen zijn: hij ging er stiekem in, hij deed het van buiten de poort van het paradijs, (de joden vermelden in hun verhalende uitleg) dat hij via de mond van een slang het paradijs binnenging. Over deze zaken bestaat er echter geen duidelijke en beslissende overlevering in de bronnen. Daarom is het niet juist om zulke meningen aan te nemen of er waarde aan te hechten.

De kwestie waar men echt bij stil moet staan, is dat de satan de mens vijandig gezind is, aanzet tot ongehoorzaamheid aan Allah, en dat elke daad van ongehoorzaamheid aan Allah satanisch van aard is. Men moet weten dat het noodzakelijk is hem te verwerpen, en dat wanneer dit niet gebeurt, ongehoorzaamheid aan Allah de toestand van de mens zal veranderen, en dat in plaats van alle schoonheid, lelijkheid alles zal bedekken. De situatie waarin we ons vandaag bevinden is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Daarom moeten we stilstaan bij de boodschap die het vers ons geeft. Anders is het zinloos en onbelangrijk om te discussiëren over hoe de satan het paradijs is binnengegaan of hoe hij onze vader en moeder influisteringen gaf. Ook de discussie over de vraag of het paradijs in de hemel of op aarde was, behoort tot deze categorie. Als de mens ongehoorzaam is aan Allah, dan volgt hij de satan. Bovendien wordt hij dan door Allah gestraft en uit zijn huidige toestand verdreven. Vooral als iemand moslim is, straft Allah hem ook in deze wereld, zodat hij misschien berouw toont over zijn zonde en terugkeert naar Allah.

Adam en Hawwa werden zo zwaar gestraft enkel en alleen omdat zij van een verboden boom aten. Wat moeten we dan zeggen over degenen die vandaag de dag voortdurend zondigen en toch zeggen: “Wij zijn moslims!”? Sterker nog, zij gaan nog verder en zeggen: “We zondigen nu, later vragen we vergiffenis!”, of: “Eerst zondigen we, daarna gaan we op bedevaart en vragen we om vergiffenis. Zo worden we vergeven!”… Zij die zich aan dit soort daden wagen, moeten zich hoeden. Niet alleen hebben zij geen zeker bewijs dat zij vergeven zullen worden, ook kunnen zij gestraft worden voordat zij nog berouw kunnen tonen, en kunnen er verschillende rampen over hen komen.

Een ander punt: sommige mensen laten vanwege eigenbelang of nut de sharie’a-wetten achterwege en begaan verboden daden. De boom waar Adam en Hawwa zich toe wendden, was geen schadelijke boom; het was een gewone boom. Maar het punt hier is niet schade, voordeel, eigenbelang, nut of nadeel. Wat belangrijk is, is gehoorzaamheid aan Allah en geen ongehoorzaamheid. De gedachte dat gehoorzaamheid aan Allah voordeel brengt en verboden zaken schade, is onjuist. De geboden en verboden van Allah zijn er als beproeving. Het doel hiervan is om duidelijk te maken wie Allah gehoorzaamt en wie Hem ongehoorzaam is.

Een mens kan schade ondervinden in deze wereld terwijl hij een bevel van Allah uitvoert. Bijvoorbeeld bij de jihad. Een moslim kan tijdens de jihad gedood worden, gehandicapt raken, gevangen genomen worden door de vijand, zijn huis kan vernietigd worden, zijn bezittingen en geld kunnen verloren gaan. Toch moet jihad uitgevoerd worden omdat het een bevel van Allah is. Want het is verplicht gesteld.

Aan de andere kant kunnen verboden zaken voordeel opleveren. Bijvoorbeeld: zij die rente geven of zelfs ontvangen, alcohol verkopen, varkensvlees verkopen — zij kunnen veel verdienen en voordeel behalen. Maar alles wat op verboden wijze verkregen is, is absoluut haram. Volgens dit principe is de maatstaf dus niet winst en verlies, zoals bij de kapitalisten, maar halal en haram volgens de islamitische maatstaf: het bevel en het verbod van Allah.

Adam’s berouw:

فَتَلَقَّىٰٓ ءَادَمُ مِن رَّبِّهِۦ كَلِمَٰتٖ فَتَابَ عَلَيۡهِۚ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ

“Terwijl dit gaande was, ontving Adam enkele woorden van zijn Heer en Allah accepteerde zijn berouw. Want Allah is Degene Die berouw aanvaardt en overvloedig is in barmhartigheid.” (al-Baqarah: 37)  

Nadat Adam ongehoorzaam was geweest aan zijn Heer en uit het Paradijs was verdreven, toonde hij zijn spijt. Allah openbaarde hem een aantal woorden. Er bestaat geen definitief bewijs over wat deze woorden precies waren. In tafsirboeken worden hierover verschillende overleveringen vermeld. Al deze overleveringen hebben betrekking op het berouw van Adam en de vergeving van Allah. Wanneer we uitgaan van de context van het vers, bestaat de mogelijkheid dat het te maken heeft met berouw tot Allah en Zijn vergeving. Desondanks geloven wij er zeker in dat Adam openbaring heeft ontvangen met bepaalde woorden. Maar wat deze woorden exact zijn, weten we niet met zekerheid. Wat de auteurs van tafsirboeken hierover hebben begrepen, maken wij niet tot geloofspunt. We nemen slechts aan dat het woorden waren die te maken hadden met vergeving en berouw.

De boodschap die dit vers ons geeft is het volgende: als een mens ongehoorzaam is aan Allah, moet hij onmiddellijk spijt tonen en berouw tonen. Als men niet volhardt in zonde en ongehoorzaamheid, maar uit spijt berouw toont, dan is het te hopen dat Allah vergeeft. Want Allah is de Vergever, Zijn barmhartigheid is wijdverbreid, en Hij vergeeft degenen die berouw willen tonen. Degenen die zoals Iblies geen berouw willen tonen en hoogmoedig zijn, zullen hetzelfde lot ondergaan als hij en zwaar gestraft worden.

Wat wij uit dit vers begrijpen is dit: zoals onze vader Adam, moeten wij na het begaan van een zonde onmiddellijk ons tot berouw wenden, dit niet uitstellen, en dan zal Allah ons berouw direct aanvaarden en ons vergeven.

Comments are closed.