سورة البقرة – Soera Al-Baqarah 41-43

Geloven in wat Allah heeft neergezonden en Zijn verzen niet verkopen:

وَءَامِنُواْ بِمَآ أَنزَلۡتُ مُصَدِّقٗا لِّمَا مَعَكُمۡ وَلَا تَكُونُوٓاْ أَوَّلَ كَافِرِۭ بِهِۦۖ وَلَا تَشۡتَرُواْ بِـَٔايَٰتِي ثَمَنٗا قَلِيلٗا وَإِيَّٰيَ فَٱتَّقُونِ

“Gelooft in wat Ik heb neergezonden (de Koran), bevestigend wat bij jullie is (de oorspronkelijke Thora). Weest niet de eersten die het ontkennen! Verkoopt Mijn verzen niet voor een geringe prijs, en vreest alleen Mij (Mijn bestraffing).” (al-Baqarah: 41)

Allah zegt tegen hen: Gelooft in de Koran die Ik heb neergezonden, die bevestigt wat bij jullie is, de Thora. De Thora is aan Musa neergezonden. De akiedah (geloofsleer) die de Thora bevat, is dezelfde als die van de Koran. Daarin wordt gesproken over de profeetschap van Muhammed (vzmh), en er wordt geëist om in Muhammed (vzmh) te geloven.

In de latere verzen wordt vermeld dat zij zijn naam in de Thora en de Bijbel zullen vinden en hem zullen herkennen zoals zij hun eigen kinderen herkennen. Daarom wordt tegen hen gezegd dat zij niet de eersten moeten zijn die de Koran ontkennen. Immers, wie niet gelooft in de profeetschap van Muhammed (vzmh), gelooft niet in de Koran. Want wie niet in de Koran gelooft, gelooft ook niet in de profeetschap van Muhammed (vzmh). De Koran is immers aan Muhammed (vzmh) neergezonden en is zijn (vzmh) wonder en het sterkste bewijs van zijn profeetschap (vzmh). En het zal tot aan de Dag des Oordeels blijven voortbestaan als bewijs en wonder van de profeetschap van Muhammed (vzmh).

Maar de wonderen van Musa en Isa zijn er niet meer. De Edele Koran is hun bewijs. De Edele Koran bevestigt de Thora, de Bijbel en het bestaan van de Profeten, en Allah de Verhevene waarschuwt hen als volgt: Verbergt dit niet door de voorkeur te geven aan wereldse goederen en begeerten. Dit is het geval van het verkopen van Allah’s verzen voor een geringe prijs.

De Koran vroeg van de kinderen van Israël om Allah’s wet toe te passen. Zij wilden zich daar niet aan houden, omdat zij de wereld verkozen. Bovendien vreesden de rabbijnen, die het Boek en deze waarheid kenden, voor hun eigen heerschappij. Allah de Verhevene maakte in soera At-Tawba, vers 34, bekend dat de meeste rabbijnen en priesters de bezittingen van de mensen onrechtmatig aten. En omdat de Profeet niet uit de kinderen van Israël kwam, waren zij jaloers en afgunstig. Opnieuw wilde Allah dat zij alleen voor Hem zouden vrezen en Zijn bevel zouden opvolgen.

Omdat de joden willens en wetens de waarheid verborgen en de waarheid met valsheid vermengden, waarschuwde Allah de Verhevene hen als volgt:

De waarheid verbergen en met valsheid vermengen:

وَلَا تَلۡبِسُواْ ٱلۡحَقَّ بِٱلۡبَٰطِلِ وَتَكۡتُمُواْ ٱلۡحَقَّ وَأَنتُمۡ تَعۡلَمُونَ


“Vermengt de waarheid niet met valsheid, en verbergt de waarheid niet terwijl jullie die kennen.” (al-Baqarah: 42)



De joden verloochenden hun eigen profeten, en zij vermengden hetgeen Allah als waarheid had neergezonden met valse filosofieën en menselijke verlangens. En dit deden zij terwijl zij het wisten. Toen Muhammed Sallallahu Aleyhi Ve Sellem werd gezonden, verborgen zij de waarheid en de werkelijkheid, hoewel zij die kenden, en zij vermengden de islam met het jodendom. Zij beweerden dat de islam uit het jodendom voortkwam. Terwijl de islam de godsdienst van Allah is, maar het jodendom is een vervormde godsdienst. De joden zeiden zelfs tegen de Quraysh, die afgoden aanbaden: “Jullie godsdienst is beter dan die van hem (Muhammed SAW).” Omdat zij vreesden dat hun heerschappij ten onder zou gaan en omdat zij racistisch waren, verborgen zij de waarheid en verkozen zij om in valsheid te blijven.

Zie, willens en wetens de waarheid verbergen en de waarheid met valsheid vermengen wordt beschouwd als de grootste misdaad die begaan kan worden. Het is het verbergen van de waarheid door er iets van te nemen en het met valsheid te vermengen. Zo worden de mensen blind voor de waarheid en nemen zij het valse, dat met de schijn van waarheid bedekt is, als waarheid aan. Zij handelen zoals bedriegers dat doen. Bijvoorbeeld, sommige bedriegers bedekken ijzer met goud, daarna verkopen zij het aan mensen die goud niet van ijzer kunnen onderscheiden, en zo bedriegen zij deze onwetende mensen en eten hun geld op onrechtmatige wijze.

De joden passen dit nog steeds toe. In een later vers waarschuwt Allah de moslims om zich niet zo te gedragen. Helaas verbergen sommige mensen en geleerden die zich tot de moslims rekenen de waarheid, en omdat zij de wereld en bezit verkiezen en hun heerschappij verkiezen, verkopen zij Allah’s verzen voor een geringe prijs. Zij vermengen de waarheid met valse ideeën zoals democratie, of secularisme, of grondrechten, die westerse denkbeelden zijn, of proberen deze aan te passen aan de islam. Op deze manier konden veel moslims de werkelijkheid van de islam niet leren kennen. De regimes in de islamitische wereld doen dit zowel via de scholen als via de media, de communicatiemiddelen en hun officiële partijen.

Nadat Allah de kinderen van Israël had opgeroepen om te geloven in wat Hij (swt) had neergezonden en slechts voor Hem (swt)  te vrezen, nadat Hij (swt) van hen had verlangd dat zij Zijn (swt) gunsten zouden erkennen en daarom trouw zouden zijn aan Zijn (swt) verbond, nadat Hij (swt) hen had verboden om Zijn (swt) verzen voor wereldse zaken te verkopen, en nadat Hij (swt) hun bevolen had de waarheid niet met valsheid te vermengen en de waarheid niet te verbergen, vroeg Hij (swt) het volgende van hen:


De oproep aan de kinderen van Israël om het gebed te verrichten en de zakat te geven:

وَأَقِيمُواْ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُواْ ٱلزَّكَوٰةَ وَٱرۡكَعُواْ مَعَ ٱلرَّٰكِعِينَ


“Verricht het gebed volledig/correct, geef de zakat naar behoren, en buig neer samen met degenen die neerbuigen.” (al-Baqarah: 43)

Allah’s recht over de mensen is, naast het in Hem geloven, het gebed verrichten, zakat geven en zich onderwerpen. Allah de Verhevene gaf dit bevel (het verrichten van het gebed, het geven van de zakat en het neerbuigen) nadat Hij hen had verboden de waarheid te verbergen en de waarheid met valsheid te vermengen. Want deze bedriegers, zolang zij niet ophouden met dit bedrog, verrichten het gebed, geven de zakat en buigen slechts uit huichelarij. Met andere woorden: zij zijn bedrieglijk in hun aanbidding. Daarom moeten zij eerst ophouden met hun slechte daden, en daarna pas het gebed verrichten en zakat geven.

Zoals de ongelovigen gestraft zullen worden omdat zij niet geloven, zo zullen zij ook gestraft worden omdat zij geen gebed verrichtten en geen zakat gaven. In soera al-Muddassir (zie verzen 41-47), wanneer de gelovigen aan de ongelovigen vragen: “Wat heeft jullie in de hel doen belanden?”, zullen de ongelovigen antwoorden: “Wij behoorden niet tot degenen die het gebed verrichtten, wij gaven niet aan de behoeftige en de arme, wij dreven de spot met Allah’s verzen en wij geloofden niet in de Dag des Oordeels.” Want het is verplicht voor alle mensen om Allah te aanbidden. Dit is de wijsheid in hun schepping door Allah.

De joden deden niet wat zij zeiden, en zeiden: “Gehoorzaam alleen Allah en volg Zijn bevel.” Maar zij volgden zelf niet. Allah (swt) ontmaskert hen door hen te belasteren.

Comments are closed.