سورة البقرة – Soera Al-Baqarah 47-48

De verhevenheid van Banû Isrâ’îl en de redenen voor het verdwijnen ervan:

De kinderen van Israël (Banû Isrâ’îl) waren op het Arabisch schiereiland het volk dat zichzelf het meest deskundig achtte. De Arabieren namen ideeën van Banû Isrâ’îl om zich te verzetten tegen de Profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) en tegen de Islam. Bovendien stuurden de Arabieren hun kinderen naar de Joden om hen onderwijs te laten volgen. De Christenen en Banû Isrâ’îl lazen en kenden hun eigen boeken. Toch deden ze het tegenovergestelde en handelden naar hun eigen belangen en verlangens. Daarom sprak de Edele Koran op vele plaatsen over hun listen, intriges, bedrog en leugens. Hij stelde hen aan de mensen tentoon en probeerde het vertrouwen van de mensen in hen te schokken. Tegelijkertijd richtte Hij zich op verschillende manieren tot hen en herinnerde hen aan de gunsten die Hij (swt) hun had geschonken, zodat zij geleid zouden worden. Misschien zouden zij verzachten en geloven. Allah de Verhevene heeft met betrekking tot hen gezegd:

يَٰبَنِيٓ إِسۡرَٰٓءِيلَ ٱذۡكُرُواْ نِعۡمَتِيَ ٱلَّتِيٓ أَنۡعَمۡتُ عَلَيۡكُمۡ وَأَنِّي فَضَّلۡتُكُمۡ عَلَى ٱلۡعَٰلَمِينَ

“O Banû Isrâ’îl! Gedenkt Mijn gunst die Ik jullie heb geschonken, en dat Ik jullie (eens) boven alle werelden heb verheven.” (al-Baqarah: 47)

Allah, de Verhevene, herinnert Banû Isrâ’îl eraan dat Hij (swt) hun vele profeten heeft gezonden, dat Hij (swt) hun de Torah, de Zeboer en de Bijbel via Zijn Boodschappers heeft neergezonden, dat Hij (swt) hen van de farao en van de onderdrukkers heeft gered en hen overwinning op hun vijanden heeft gegeven. Dit zijn grote gunsten. Hij (swt) liet hun zelfs allerlei soorten voedsel uit de hemel neerdalen. Hij (swt) zegt hun: “Dit had Ik aan jullie voorouders gegeven, want zij waren toen gelovig.” Maar toen hun voorouders ongelovig begonnen te worden, hun profeten logenstraften en hen doodden, vervloekte Hij hen, stuurde andere volken op hen af en maakte hen tot het meest verachte en vernederde volk.

Er zijn vele verzen die deze toestand beschrijven. Als voorbeeld kan men kijken naar de komende verzen in soera al-Baqara, evenals naar soera Al-i Imran en soera al-Ma’ida.

O Banû Isrâ’îl! Hoe was jullie toestand? Denken jullie daarover na? In die dagen waren jullie het meest verheven volk, omdat jullie je onderwierpen aan hetgeen Allah had neergezonden. Maar vandaag zijn jullie het meest vervloekte volk geworden, omdat jullie Allah ongehoorzaam zijn geweest. Zodra jullie in Mohammed en de Koran geloven, zullen jullie een deel worden van de beste gemeenschap. Want de beste gemeenschap is de islamitische gemeenschap geworden. In soera Al-i Imran spreekt Hij de moslims als volgt toe:

“Jullie zijn de beste gemeenschap die ooit voor de mensen is voortgebracht; jullie gebieden het goede, verbieden het slechte en geloven in Allah. En als de Mensen van het Boek hadden geloofd, dan was dat zeker beter voor hen geweest. Onder hen zijn er wel gelovigen, maar de meesten van hen zijn afgedwaald.” (al-i Imran 110)

Daarom is de islamitische gemeenschap het meest verheven en beste volk. Maar omdat de islamitische gemeenschap, hoewel zij in Allah gelooft, de verplichtingen van het gebieden van het goede en het verbieden van het slechte heeft verwaarloosd, heeft Allah deze gemeenschap vernederd en in een slechte toestand gebracht. Zij is in een toestand geraakt die lijkt op die van Banû Isrâ’îl. Daarom spreken wij ook de islamitische gemeenschap toe: Gedenkt de gunsten die Allah jullie heeft gegeven, Hij heeft jullie een groot deel van de wereld laten openen en aan jullie onderworpen. 1300 jaar lang hebben jullie eervol en welvarend geleefd, Hij heeft jullie boven andere mensen verheven. Maar op een gegeven moment hebben jullie het samenbrengen van jullie eenheid rondom de Khalifah en de jihad verwaarloosd en zijn jullie onderling verdeeld geraakt, daarom stuurde Hij (swt) de Kruisvaarders en de Mongolen op jullie af. Toen jullie je echter opnieuw verenigden rondom jullie Khalifah en begonnen met jihad, toen schonk Allah jullie opnieuw de overwinning op jullie vijanden. Hij heeft jullie de Heer der Profeten, Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem), gezonden en jullie de Edele Koran neergezonden, die tot de Dag der Opstanding een wonder zal blijven. Het volmaakte Woord van Allah, de Verhevene, dat jullie dag en nacht lezen en beluisteren, is aan jullie neergezonden. Gedenkt dit, val niet in de toestanden waarin Banû Isrâ’îl zijn geraakt en volg hen niet na.

Keer je enkel tot Allah, gehoorzaam Zijn (swt) bevelen en laat Zijn (swt) verboden achterwege. Voer Zijn (swt) wetten uit, sticht jullie Khilafahstaat en stel jullie Khalifah aan, verenig je rondom hem en begin de jihad, dan zullen jullie zien dat Allah jullie, zoals vroeger, opnieuw tot het meest verheven volk zal maken!!

Nadat Allah Banû Isrâ’îl aan Zijn (swt) gunsten had herinnerd, waarschuwde Hij hen vervolgens aldus:

وَٱتَّقُواْ يَوۡمٗا لَّا تَجۡزِي نَفۡسٌ عَن نَّفۡسٖ شَيۡـٔٗا وَلَا يُقۡبَلُ مِنۡهَا شَفَٰعَةٞ وَلَا يُؤۡخَذُ مِنۡهَا عَدۡلٞ وَلَا هُمۡ يُنصَرُونَ

“En vrees de Dag (van het Oordeel) waarop geen ziel een andere ziel ergens in kan bijstaan, en er geen voorspraak van haar aanvaard wordt en er geen losprijs van haar aangenomen wordt en zij niet geholpen worden. (al-Baqarah: 48)

Allah de Verhevene herinnert de kinderen van Israël (Banû Isrâ’îl) aan de Dag des Oordeels om hen opnieuw tot geloof te brengen. Want de mensen vervallen in achteloosheid en vergeten het Hiernamaals. Zij gedragen zich alsof zij nooit zullen sterven. Daarom moet men de mensen om hen tot geloof te brengen herinneren aan de Dag des Oordeels en aan wat er op die dag zal gebeuren, en dat geen mens en geen ding de mens zal kunnen redden.

Banû Isrâ’îl hielden zo zeer van de wereld, van het leven en van geld; zij waren zo gehecht aan lust en begeerte dat zij niets meer deden dan geld verzamelen en ophopen, en hun lusten en begeerten bevredigen. Daarom zegt Allah tegen hen: jullie zullen op jullie plaats niemand vinden die de straf op zich zal nemen; jullie zullen, zoals in de wereld, geen vriendjespolitiek, geen bemiddelaar en geen omkoper vinden die iets kan doen. Iedereen zal op die dag voor zijn vader, broer, moeder, kind en voor alle mensen wegvluchten en alleen met zijn eigen zorgen bezig zijn. Alleen wanneer iemand in de wereld zijn geld omwille van Allah uitgeeft, zal dat in het Hiernamaals een beloning opleveren. Anders zal hij daar geen geld hebben. Wanneer de Opstanding plaatsvindt, zal het geld verdwijnen. De mens zal naakt uit zijn graf komen, verzameld worden en geen enkele helper vinden. Het enige dat de mens zal helpen, is zijn geloof en de goede daden die uit dat geloof voortkomen.

Wanneer Allah Banû Isrâ’îl waarschuwt, waarschuwt dit vers tegelijkertijd ook alle mensen. Want er zijn vele verzen neergezonden die op dezelfde manier alle mensen aanspreken. Bovendien luidt de Islamitische stelregel: “Er wordt niet gekeken naar de reden waarom het vers over wie werd geopenbaard, maar naar de algemeenheid van de uitspraken.”

Comments are closed.