Vraag: 

Wat zijn volgens de islamitische wet (sharia) de voorwaarden omtrent het afzetten van de kalief in een islamitische staat? 

En kan de kalief elke 10 jaar worden vervangen? 
Met andere woorden: is het volgens de sharia toegestaan om zoiets te overwegen? 

Antwoord: 

Antwoord op de eerste vraag: 

In het ontwerp van de Islamitische Grondwet wordt in artikel 40 uitééngezet onder welke omstandigheden de kalief moet worden afgezet. Dit luidt als volgt: 

Als één van de inʿiqād-voorwaarden wegvalt, wordt de kalief afgezet. 

Om kalief te kunnen zijn, moet een persoon aan de volgende 7 inʿiqād-voorwaarden voldoen: 

  • Moslim zijn 
  • Man zijn 
  • Verstandelijk gezond (ʿāqil) zijn 
  • De puberteit hebben bereikt (bāligh) 
  • Niet zondig (fāsiq) zijn, maar rechtvaardig (ʿadl) 
  • Bekwaam/capabel (qādir) zijn 
  • Vrij (geen slaaf) zijn 

Deze inʿiqād-voorwaarden vormen de basisvoorwaarden van het contract (bayʿa) tussen de oemma en de door haar gekozen kalief. Als één van deze voorwaarden ontbreekt, is de bayʿa ongeldig. Als na het verkiezen van de kalief blijkt dat één van deze voorwaarden is weggevallen, dan wordt de kalief afgezet. 

Volgens de sharia geldt ook: als de kalief onder invloed komt te staan van een macht of factor die hem belemmert om zelfstandig en naar eigen inzicht de zaken van de moslims te besturen, dan krijgt hij een bepaalde termijn om deze belemmering op te heffen. Lukt dit niet, dan wordt hij afgezet. 

Dit kan zich op de volgende manieren voordoen: 

1. Als de kalief onder druk komt te staan van één of meerdere personen uit zijn omgeving en daardoor de staatszaken gaat besturen volgens hun wil, dan wordt hij als onbekwaam beschouwd. Hij krijgt dan een bepaalde termijn om zich hiervan te bevrijden; lukt dit niet, dan wordt hij afgezet. 

2. Als hij in handen van de vijand gevangen raakt, wordt geprobeerd om hem eerst te bevrijden. Als dit absoluut onmogelijk blijkt, wordt hij afgezet. 

In al deze gevallen is het de Mazālim-rechtbank, bestaande uit mujtahidien, die hierover beslist. 

Antwoord op de tweede vraag: 

De sharia heeft voor de kalief geen vaste termijn vastgesteld – noch vier jaar, noch tien jaar, noch enige andere periode. Er bestaat hierover geen enkel bewijs uit de sharia. 

De Boodschapper van Allah ﷺ bleef staatshoofd gedurende tien jaar, tot aan zijn overlijden. 

  • De rechtgeleide kalief Abū Bakr bleef kalief 2,5 jaar, tot zijn overlijden. 
  • ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb bleef 10 jaar kalief, tot hij werd gedood en stierf als martelaar. 
  • ʿUthmān ibn ʿAffān bleef 12 jaar kalief, tot hij werd gedood en stierf als martelaar. 
  • ʿAlī ibn Abī Ṭālib bleef 5,5 jaar kalief, tot hij werd gedood en stierf als martelaar. 

Er is geen enkel bewijs van de Boodschapper van Allah ﷺ noch van de metgezellen (met wie Allah tevreden is) dat de ambtstermijn van de kalief beperkt moet worden. 

De tekst (Hadith) met betrekking tot de bayʿa (eed van trouw) aan de kalief geeft aan dat er geen vaste ambtstermijn bestaat. Zolang hij het Boek van Allah en de soenna van Zijn Boodschapper toepast, wordt hij gehoorzaamd en wordt er niet met hem in discussie gegaan. Wel worden er ideeën aan hem voorgelegd, krijgt hij advies, en wordt hij ter verantwoording geroepen. 

ʿUbāda ibn aṣ-Ṣāmit (moge Allah tevreden met hem zijn), die deelnam aan de Tweede Bayʿa van al-ʿAqaba, heeft het volgende overgeleverd: 

«بَايَعْنَا رَسُولَ اللهِ ﷺ عَلَى السَّمْعِ وَالطَّاعَةِ فِي الْمَنْشَطِ وَالْمَكْرَهِ وَأَنْ لَا نُنَازِعَ الْأَمْرَ أَهْلَهُ وَأَنْ نَقُومَ أَوْ نَقُولَ بِالْحَقِّ حَيْثُمَا كُنَّا لَا نَخَافُ فِي اللهِ لَوْمَةَ لَائِمٍ» رواه البخاري   

“Wij hebben de Boodschapper van Allah trouw gezworen om te luisteren en te gehoorzamen zowel in tijden als vreugde als wanneer wij iets onaangenaam vinden; om ons niet met de aangestelde leiders te verzetten, en om de waarheid te spreken waar wij ook zijn, zonder bang te zijn voor de verwijten van wie dan ook omwille van Allah.” 
(al-Bukhārī) 

De Ansār gaven de bayʿa aan de Boodschapper van Allah ﷺ als staatshoofd. Er werd geen termijn vastgesteld; zij zouden hem in alle omstandigheden gehoorzamen, maar tegelijkertijd de waarheid spreken en hem ter verantwoording roepen. 

Comments are closed.