Vraag:
Uitgaande van de uitleg (tafsir) van soera An-Nisâ, verzen 97–100, waarin staat dat als iemand wordt verhinderd zijn geloof te praktiseren, het verplicht wordt om te emigreren (hidjra): geldt dit vandaag dan niet ook voor de moslims in Gaza?
Terwijl wij hen, ondanks al het geweld en de massamoorden, juist zeggen dat zij daar moeten blijven en zich moeten verzetten, en we hen daarvoor prijzen.
Hoe moet dit onderscheid worden begrepen?
Antwoord:
Allah zegt:
“Wanneer de engelen de zielen nemen van degenen die zichzelf onrecht hebben aangedaan, zeggen zij: ‘In welke toestand verkeerden jullie?’
Zij antwoorden: ‘Wij waren zwak en onderdrukt in het land.’
De engelen zeggen dan: ‘Was de aarde van Allah niet ruim genoeg zodat jullie konden emigreren?’
Hun verblijfplaats zal de hel zijn. Wat een slechte eindbestemming.” (Soera An-Nisâ, vers 97)
Als een moslim wordt onderdrukt in religieuze zaken, zijn geloof niet kan praktiseren en ook niet emigreert, dan doet hij zichzelf onrecht aan.
Bij de uitleg van dit vers hebben we het volgende gezegd:
Op basis van deze verzen geldt dat wanneer iemand niet strijdt om zijn geloof te praktiseren en wordt verhinderd om zijn geloof te leven, het voor hem verplicht wordt om te emigreren (hidjra).
Als hij dat niet doet, is zijn eindbestemming de hel.
Want zo iemand heeft zichzelf onrecht aangedaan en zichzelf tekortgedaan, doordat hij zijn geloof niet in praktijk brengt. Wanneer onderdrukkers hem onrecht aandoen, heeft hij gezwegen en niet gestreden. Als hij wel strijdt maar hen niet kan veranderen, of als hij zijn recht om zijn geloof te praktiseren niet kan verkrijgen, dan moet hij emigreren.
We hebben hieraan het volgende toegevoegd:
Als iemand wordt onderdrukt en zijn geloof niet kan beleven, maar toch niet emigreert, dan wordt hij zondig.
Dat betekent dat hij zijn religieuze verplichtingen niet nakomt en wordt gedwongen zonden te begaan. De moslims in Gaza worden echter niet verhinderd om hun geloof te beleven. Het probleem gaat niet over het praktiseren van het geloof. Het gaat er juist om dat zij hun eigen land beschermen en verdedigen tegen de vijand. Wanneer de vijand hen aanvalt, is strijd (Jihad) verplicht. Als zij daartoe niet in staat zijn, rust deze plicht op de dichtstbijzijnde moslims.
Allah zegt:
“O jullie die geloven! Strijd tegen de ongelovigen die het dichtst bij jullie staan.”
(Soera At-Tawbah, vers 123)
De landen die het dichtst bij hen liggen zijn Egypte, Saoedi-Arabië, Jordanië, Syrië, Libanon en Turkije. In de eerste plaats hadden de legers en de volkeren van deze landen hen te hulp moeten schieten. Maar de leiders van deze landen hebben dat tegengehouden.
Zij hebben de aangevallen moslims in Gaza vernederd, hen alleen gelaten en op geen enkele manier geholpen. Zij hebben geen druppel water, geen stuk brood en geen cent gestuurd.
Integendeel, zij hebben de Joodse entiteit die het bloedbad in Gaza heeft gepleegd, geholpen.
Zij hebben de banden niet verbroken, de handel voortgezet, haar ondersteund en grondstoffen geleverd voor haar oorlogsindustrie.
Op de volkeren van deze landen rust een grote verantwoordelijkheid.
Zij moeten voortdurend druk uitoefenen op hun leiders om de legers in beweging te brengen, hen afzetten, en oprechte en eerlijke leiders aan de macht brengen die de jihad zullen uitroepen, die alleen Allah vrezen en Zijn bevelen opvolgen.
Het volk van Gaza is standvastig gebleven in hun geloof én standvastig gebleven tegenover de vijand. Het doel van de vijand was om hen daar weg te krijgen.
De Amerikaanse president Trump, die zichzelf ziet als leider van de islamitische landen, zei arrogant:
‘Wij zullen het volk van Gaza daar weghalen en het veranderen in een Riviera, een plek van vermaak.’
Doordat het volk van Gaza niet is vertrokken en geduldig is gebleven, hebben zij een grote beloning verdiend. Want dit land behoort toe aan de moslims. Het verdedigen en beschermen ervan is voor hen verplicht. Door daar te blijven, behouden ze het land als moslimgebied.
Dat is een grote zaak en een religieuze plicht.
Want de gelovigen werden aangemoedigd om samen met de Boodschapper ﷺ de strijd aan te gaan en nieuwe openingen te realiseren.
Allah zegt:
Degenen die geloven en die zijn uitgeweken en die strijden op de weg van Allah met hun bezittingen en hun levens zijn hoger in rang bij Allah. Zij zijn de overwinnaars! (Soera At-Tawbah, vers 20)
Als de beloning van emigreren (hidjra) zo groot is wanneer het gaat om het strijden om een nieuw land te openen, dan is het nog belangrijker en passender om in een gebied als Gaza te blijven en te strijden om het te verdedigen, zodat het niet uit de handen van de moslims valt.
Want wanneer de vijand een moslimgebied aanvalt, is het niet de bedoeling om te emigreren, maar om dat gebied te verdedigen.
Dit wordt een individuele verplichting (farḍ al-ʿayn) voor iedereen, en iedereen is verplicht om zoveel als hij kan, deel te nemen aan de verdedigende jihad.
Comments are closed.