سورة البقرة – Soera Al-Baqarah 65-66
Zondaars die in apen werden veranderd:
وَلَقَدۡ عَلِمۡتُمُ ٱلَّذِينَ ٱعۡتَدَوۡاْ مِنكُمۡ فِي ٱلسَّبۡتِ فَقُلۡنَا لَهُمۡ كُونُواْ قِرَدَةً خَٰسِـِٔينَ
فَجَعَلۡنَٰهَا نَكَٰلٗا لِّمَا بَيۡنَ يَدَيۡهَا وَمَا خَلۡفَهَا وَمَوۡعِظَةٗ لِّلۡمُتَّقِينَ
En waarlijk, jullie kenden degenen onder jullie die de regels van de Sabbat (de zaterdag) overtraden. Wij zeiden tegen hen: “Weest verachte apen.” Dus hebben we deze bestraffing als een voorbeeld voor henzelf gemaakt en voor de latere generatie een les voor degenen die godvrezend zijn. (al-Baqarah: 63-64)
“Jullie wisten wat er gebeurde met degenen onder jullie die op de zaterdag in opstand kwamen tegen het bevel van Allah; Wij zeiden tegen hen: ‘Word verachte apen’ (en zij werden het).
Wij gaven hun zo’n straf dat deze een les zou zijn voor degenen die eromheen waren en voor degenen die na hen kwamen. Tegelijkertijd zou het een vermaning (herinnering) zijn voor de godvrezenden (Muttaqeen).” (al-Baqarah: 63-64)
Allah’u Teala heeft voor Banû Isrâ’îl de zaterdag tot een heilige dag gemaakt. Op die dag werd werken of vissen verboden. Om dit volk te beproeven, kwamen op zaterdag de vissen en dolfijnen in overvloed. Op de andere dagen kwamen de dolfijnen helemaal niet. Eigenbelang kreeg de overhand bij hen en zij begonnen als volgt te handelen: in de nacht die vrijdag met zaterdag verbond, plaatsten zij hun netten en andere vangmiddelen, en op zondag gingen zij om de vissen die in de netten waren terechtgekomen te halen. Zij aten ervan en verkochten ook wat overbleef. Een groep gelovigen onder hen begon hen te verbieden (dit te doen). Zij zeiden tegen deze gelovigen: “Wij vissen niet op zaterdag, wij hebben deze op zondag genomen.” Een groep gelovigen zei tegen hen: “Maar deze vangst vond op zaterdag in jullie netten plaats.” Op deze manier bleven de discussies voortduren tussen een groep godvrezenden en degenen die in het dorp bij de zee woonden. Een groep van hen zei: “Laat deze mensen met rust, geef hun geen raad meer, want Allah Celle Celaluhu zal hen vernietigen of hen aan een zware straf onderwerpen.” De uitleg hierover in de verzen luidt als volgt:
“En vraag hen over de stad die dicht bij de zee lag, toen zij de zaak van de sabbat overtraden; toen hun vissen voor hen boven water verschenen op de dag van de sabbat, terwijl zij op andere dagen dan de sabbat niet verschenen. Dus maakten Wij een beproeving voor hen, want zij waren (meestal) opstandig.
En toen zei een gemeenschap onder hen: “Waarom preken jullie tot een volk wat Allah zal vernietigen of met een zware bestraffing zal bestraffen?” (De prekers) zeiden: “Om vrij van schuld te zijn voor onze Heer en misschien zullen zij Allah vrezen.”
En toen zij vergaten waarmee zij vermaand waren, toen redden Wij degenen die het kwade verboden, maar Wij grepen degenen die het kwaad beoefenden met een zware straf want zij waren opstandig.” (Araf 163-164-165)
Banû Isrâ’îl hebben Allah’s gebod en verbod overtreden en door zulke listen/bedrog te gebruiken, wordt hun ondergang bekendgemaakt/beschreven. Tegelijkertijd maakt Allah Celle Celaluhu het lot bekend van degenen die Hem ongehoorzaam zijn, opdat anderen zich onthouden van ongehoorzaamheid aan Allah of van het gebruiken van listen tegen Allah’s geboden en verboden, zodat de straf die de eerdere mensen verdienden, niet ook door henzelf wordt verdiend.
Allah’u Teala verbiedt de mensen sommige aantrekkelijke en nuttige zaken om hen te beproeven en duidelijk te maken of zij Hem ongehoorzaam zullen zijn of niet. Vis is een nuttige en winstgevende zaak. Banû Isrâ’îl konden op andere dagen nauwelijks vis vinden. Daarom bedachten zij zo’n list. Allah Celle Celaluhu strafte hen om deze reden. In de laatste zeventig jaar van de Ottomaanse staat hebben bestuurders, rechters en geleerden, onder het voorwendsel van noodzaak, algemeen belang en omstandigheden, verschillende listen tegen de Sharia toegepast. Allah Celle Celaluhu liet daarom de staat door de handen van verdorvenen vernietigen. Tot op heden gebruiken een deel van de moslims deze listen. Onder het mom van noodzaak of algemeen belang of andere excuses consumeren zij rente, verdedigen zij de democratie als volkssoevereiniteit, nemen zij met verschillende voorwendselen deel aan de regeringen van onderdrukkers, enzovoort. De excuses die zij aanvoeren, evenals de uiteenlopende fatwa’s, bestaan uit listen die lijken op de listen die Banû Isrâ’îl toepasten bij het vissen. Daarom komen er zoveel rampen als straffen over de moslims.
Daarom moeten degenen die de da‘wa dragen niet wanhopig worden en niet moe worden als de mensen geen gehoor aan hen geven. Het belangrijkste is dat zij hun eigen plicht en verantwoordelijkheid begrijpen en met dit bewustzijn met al hun kracht werken. Omdat andere mensen hier geen gehoor aan geven, dragen zij daarvoor geen extra verantwoordelijkheid of zonde. Op de Dag der Opstanding zullen zij niet verantwoordelijk worden gesteld tegenover Allah Celle Celaluhu. Onder Banû Isrâ’îl werden degenen die de da‘wa droegen van de bestraffing gered. Vandaag de dag, wanneer degenen die de da‘wa dragen het goede gebieden en het verwerpelijke verbieden, zal Allah Celle Celaluhu hen redden. Laat zij zich niet laten beïnvloeden door degenen die Allah Celle Celaluhu ongehoorzaam zijn. Want het einde van de ongehoorzamen is verlies. Allah Celle Celaluhu geeft de ongelovigen en de ongehoorzamen een bepaalde respijtperiode. Maar ondanks dat, als zij geen berouw tonen en zich niet tot de islam wenden, zal Hij het zeker niet nalaten hen te straffen.
Comments are closed.