سورة البقرة – Soera Al-Baqarah 68 – 71 

De slechte gevolgen van het stellen van nutteloze en onnodige vragen: 

Allah (swt) toont ons in de volgende verzen een andere fout waarin Banû Isrâ’îl vielen: 

قَالُواْ ٱدۡعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا هِيَۚ قَالَ إِنَّهُۥ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٞ لَّا فَارِضٞ وَلَا بِكۡرٌ عَوَانُۢ بَيۡنَ ذَٰلِكَۖ فَٱفۡعَلُواْ مَا تُؤۡمَرُونَ ٦٨ 

قَالُواْ ٱدۡعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا لَوۡنُهَاۚ قَالَ إِنَّهُۥ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٞ صَفۡرَآءُ فَاقِعٞ لَّوۡنُهَا تَسُرُّ ٱلنَّٰظِرِينَ ٦٩ 

قَالُواْ ٱدۡعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا هِيَ إِنَّ ٱلۡبَقَرَ تَشَٰبَهَ عَلَيۡنَا وَإِنَّآ إِن شَآءَ ٱللَّهُ لَمُهۡتَدُونَ ٧٠ 

قَالَ إِنَّهُۥ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٞ لَّا ذَلُولٞ تُثِيرُ ٱلۡأَرۡضَ وَلَا تَسۡقِي ٱلۡحَرۡثَ مُسَلَّمَةٞ لَّا شِيَةَ فِيهَاۚ قَالُواْ ٱلۡـَٰٔنَ جِئۡتَ بِٱلۡحَقِّۚ فَذَبَحُوهَا وَمَا كَادُواْ يَفۡعَلُونَ ٧١ 

Zij zeiden: “Roep je Heer voor ons aan, zodat Hij ons duidelijk maakt wat voor een koe dit moet zijn.” Hij zei: “Waarlijk, het is een koe die niet te oud of te jong moet zijn, maar van een leeftijd daartussen, doe dus wat jullie bevolen is.” Zij zeiden: “Roep je Heer voor ons aan om duidelijkheid te krijgen over haar kleur.” Hij zei: “Hij zegt, het is een gele koe, helder van kleur, een plezier voor de eigenaars.” Zij zeiden: “Roep je Heer voor ons aan om duidelijk te maken wat voor koe het moet zijn. Waarlijk, voor ons zijn alle koeien gelijk. En zeker, als Allah het wil, zullen wij juist worden geleid.” Hij (Mozes) zei: “Waarlijk, Hij zegt: “Het moet een koe zijn die niet is afgericht om het land te ploegen noch om de akkers te bevloeien, gaaf en vlekkeloos.” Zij zeiden: “Nu heb je de waarheid gesproken.” Dus slachtten zij haar hoewel zij het bijna niet hadden gedaan. (al-Baqarah: 68-71) 

Een van de fouten waarin Banû Isrâ’îl viel, is dat zij veel vragen stelden. Sterker nog, zij stelden nutteloze vragen. Allah vroeg hen een koe te slachten. Dit had eender welke koe kunnen zijn. Maar zij stelden nutteloze (onnodige) vragen. “Hoe moet deze koe zijn?” Nadat Musa (as) zei: “noch groot noch klein”, vroeg hij hen om dit bevel onmiddellijk uit te voeren. Het is alsof hij tegen hen zegt: stel niet te veel vragen, slacht onmiddellijk zo’n koe. Maar zij brachten zichzelf in een moeilijke situatie en bleven vragen stellen. En opnieuw vroegen zij: “Welke kleur moet zij hebben?” Musa (as) vertelde hun haar kleur. “Een mooie donkergele.” Ook daarmee namen zij geen genoegen. Zij zeiden: “Laat Hij ons de exacte eigenschappen van de koe tonen, dan zullen wij de juiste weg vinden.” Hieruit wordt begrepen dat zij zulke uitspraken deden en veel vroegen omdat zij het niet wilden doen. Allah جل جلاله maakte ook de andere eigenschappen van de koe duidelijk. Na al deze nutteloze vragen stopten zij met vragen stellen. Aan het einde van het vers maakt Allah duidelijk dat zij niet wilden slachten en daarom vroegen zij. Met het stellen van veel nutteloze vragen bedoelden zij te zeggen dat zoiets niet bestond in de wereld en zochten zij excuses om zich aan het werk te onttrekken. 

Allah de Verhevene verbiedt ons in een ander edel vers om nutteloze vragen te stellen, kijk naar soerah Al-Maida vers 101. Toen Allah de hadj verplicht maakte voor de mensen, kwam iemand naar de Boodschapper van Allah ﷺ en vroeg het volgende: “O Boodschapper van Allah, zullen wij elk jaar hadj verrichten?” De Boodschapper van Allah ﷺ wendde zijn gezicht van hem af. Deze man stelde drie keer dezelfde kwestie aan de Boodschapper van Allah en telkens wendde de Boodschapper zich van hem af. Daarna zei de Boodschapper van Allah ﷺ boos het volgende: “Degene die onder de moslims de grootste zonde begaat, is degene die vraagt over iets dat niet verboden is gemaakt voor de moslims, waarna Allah dat ding vanwege zijn vraag verboden maakt.” Dat wil zeggen dat als die persoon vervolgens dat verboden gemaakte doet, hij degene met de grootste zonde wordt. Nadat de Boodschapper van Allah die woorden had uitgesproken, zei hij het volgende: “Accepteer datgene waarop ik jullie heb achtergelaten zoals het is. Datgene wat degenen vóór jullie ten onder heeft gebracht, is het veel vragen stellen en hun meningsverschillen over hun profeten. Waarvan ik jullie ook heb verboden, laat daarvan af, en wat ik jullie ook heb bevolen, voer dat uit voor zover jullie daartoe in staat zijn.” (Bukhari en Muslim) 

Waarom de vraag van deze man nutteloos was, is als volgt: omdat in het vers de hadj verplicht werd gemaakt voor de mensen. (Al-i İmran 97) Uit het vers wordt begrepen dat de verplichting van de hadj eenmaal in het leven van een persoon is. De Boodschapper van Allah ﷺ zei in een andere hadith: “Datgene wat Banû Isrâ’îl ten onder heeft gebracht, is hun vele vragen stellen.” In de bovenstaande hadith wordt ook gezegd: “Datgene wat degenen vóór jullie ten onder heeft gebracht”, en hieruit wordt begrepen dat hiermee Banû Isrâ’îl bedoeld worden. Want zoals hierboven in het vers werd genoemd, stelden zij veel vragen en raakten zij in meningsverschillen over hun profeten. 

Echter, als de regelgeving (oordeel) van iets niet duidelijk is, dan is het verplicht (Fard) om ernaar te vragen. Een moslim raakte gewond aan zijn hoofd. Daarna moest hij zich wassen (ghusl verrichten). Hij vroeg het aan enkele sahaba. De sahaba zeiden: “Wij kunnen geen vrijstelling voor jou vinden, je moet je wassen.” Deze moslim overleed nadat hij zich had gewassen. Toen de Boodschapper van Allah ﷺ dit voorval vernam, zei hij: “Waarom heeft deze man het mij niet gevraagd? De genezing van een zieke persoon is het stellen van vragen.” (Sunan Ibn Majah) 

In een vers heeft Allah جل جلاله ons opgedragen om terug te keren naar de Boodschapper, naar de geleerden die regels kunnen afleiden uit het Boek en de Soennah, en naar de bezitters van gezag (ulû’l-emr). (An-Nisa 83) 

In vers 59 van Soerat An-Nisa vraagt Allah de Verhevene van ons dat wanneer wij over iets twisten, wij ons wenden tot Allah en Zijn Boodschapper, dat wil zeggen tot de Koran en de Ahadith (meervoud: Hadith). 

Er is nog een andere kwestie. Allah de Verhevene verklaart dat de reden waarom Banû Isrâ’îl zulke nutteloze (onnodige of waardeloze) vragen stelde, was om het bevel van Allah niet uit te voeren. Hier komt een belangrijk punt naar voren: degenen die zulke nutteloze vragen stellen, doen dat om niet te doen wat hun bevolen is, om de zaak moeilijker te maken, een excuus te tonen en zich aan het werk te onttrekken. Dit zien wij ook in de praktijk. 

Waarom Allah de Verhevene wilde dat deze koe werd geslacht, begrijpen wij uit het vervolg van de verzen. 

Comments are closed.