سورة البقرة – Soera Al-Baqarah 72-73 

Hoe wordt de moordenaar vastgesteld? Wordt Isra’iliyyat aanvaard? 

De reden voor het gegeven bevel met betrekking tot het slachten van de koe: 

وَإِذۡ قَتَلۡتُمۡ نَفۡسٗا فَٱدَّٰرَٰٔتُمۡ فِيهَاۖ وَٱللَّهُ مُخۡرِجٞ مَّا كُنتُمۡ تَكۡتُمُونَ ٧٢ 

فَقُلۡنَا ٱضۡرِبُوهُ بِبَعۡضِهَاۚ كَذَٰلِكَ يُحۡيِ ٱللَّهُ ٱلۡمَوۡتَىٰ وَيُرِيكُمۡ ءَايَٰتِهِۦ لَعَلَّكُمۡ تَعۡقِلُونَ ٧٣ 

“En (gedenk) toen jullie een mens hadden gedood en je een ander daarvoor beschuldigde. Maar Allah liet alles zien wat jullie verborgen. We zeiden: ‘Sla de (gedode) persoon nu met een deel van de (geslachte koe).’ Zo doet Allah de doden tot leven komen en toont Hij jullie Zijn tekenen, opdat jullie zouden nadenken.” (al-Baqarah: 72-73) 

Iemand van Banû Isrâ’îl doodde iemand en beschuldigde daarna anderen van de moord. Daardoor raakten Banû Isrâ’îl onderling in conflict. Om dat meningsverschil weg te nemen en een wonder te tonen, beval Allah hen een koe te slachten. Met een deel van de geslachte koe zouden zij de gedode man slaan, waarna de man opnieuw tot leven zou komen en zijn moordenaar zou aanwijzen. Nadat zij die koe hadden geslacht, deden zij wat van hen werd gevraagd en de gedode (vermoorde) wees zijn moordenaar aan. Zo werd de moordenaar die zij verborgen hielden onthuld. Tegelijkertijd toonde Allah hun hoe Hij de doden tot leven brengt om hun geloof te versterken. Door te zeggen: “Hopelijk zullen jullie nadenken,” wilde Allah dat zij, wanneer zij Zijn verzen en bewijzen zien, nadenken over Allah’s grootheid zodat hun geloof toeneemt. Want als de mens nadenkt over Allah’s verzen, bewijzen en alles in de wereld, beseft hij Allah’s bestaan, macht en grootheid. Daarom vraagt Allah in honderden verzen van de mensen om na te denken. Hij verklaart dat er in alles bewijzen bestaan die Zijn bestaan en grootheid aantonen. 

Hieruit blijkt nog iets anders: “De Sharia van degenen vóór ons zijn voor ons geen Sharia en geen bewijs.” Om een moordenaar te vinden of vast te stellen, volstaat het dat er getuigen zijn of dat de moordenaar bekent. Als de vermoorde persoon echter tijdens zijn laatste adem nog zijn moordenaar kan aanwijzen, wordt dit geaccepteerd. Het bewijs hiervoor is de volgende hadith die is overgeleverd door Enes Radiyallahu Anh: Een Jood verpletterde het hoofd van een vrouwelijke slavin met twee stenen om haar goud te stelen. Terwijl de vrouw haar laatste adem uitblies, werd haar naar de moordenaar gevraagd en zij beschreef de Jood en zei wie het was. De Jood werd geroepen en ondervraagd. De Jood bekende zijn misdaad. De Boodschapper van Allah Sallallahu Aleyhi Ve Sellem gaf daarop het bevel dat het hoofd van deze Jood met twee stenen verpletterd zou worden en dat hij gedood zou worden. 

Wij nemen geen Sharia over van Banû Isrâ’îl. Wij trekken lessen en nemen lering uit de fouten die zij hebben gemaakt. Want Allah de Verhevene verklaart in Soerat al-Mâ’ida, vers 48 dat Hij voor iedere gemeenschap een afzonderlijke wetgeving en een afzonderlijke methode heeft vastgesteld. Daarnaast heeft Hij in Soerat Yûsuf, vers 111 uitgelegd: “In hun verhalen is er een les en lering voor degenen die hun verstand gebruiken en nadenken.” Daarom zoeken wij, wanneer wij hier tafsîr verrichten, naar zaken die wij uit deze verhalen kunnen leren en naar lessen en lering die wij eruit kunnen halen. Maar wij leiden er geen shar‘i-oordelen uit af. Tegelijkertijd vinden wij in deze verhalen zaken die ons standvastigheid in het geloof geven. Allah de Verhevene toont dit in Soerat Hûd, vers 120. 

Wel nemen wij geen verhalen en overleveringen over die vol zitten met isra’îliyyât. In de tafsîrboeken zijn er veel isra’îliyyât met betrekking tot het verhaal van de koe. Deze vermelden wij hier niet. Wij weten mogelijk niet of deze juist of onjuist zijn. Maar er zitten veel leugenachtige toevoegingen in deze zaken. Het is nutteloos om deze over te nemen en op te schrijven. Wij leren de zaken die nodig zijn in ons praktische leven, passen deze toe en roepen op tot toepassing ervan. Alleen als wij op deze manier handelen, zullen wij vooruitgaan en ons ontwikkelen. Als wij ons bezighouden met nutteloze zaken en proberen deze te leren, blijven wij achter en worden wij slechts filosofen of geleerde filosofische personen. 

Comments are closed.