Vraag:
Als geld of bezit waarover zakat verschuldigd is voor langer dan één jaar wordt uitgeleend (bijvoorbeeld voor vier jaar), wie moet daarover dan zakat betalen: de uitlener of de lener?

Antwoord:
Wanneer geld of bezit waarover zakat verschuldigd is voor langer dan één jaar wordt uitgeleend, moet de uitlener hierover zakat betalen. Want het bezit blijft van hem. Degene die het geld leent, betaalt hierover geen zakat, omdat het niet zijn eigendom is. De uitlener betaalt ieder jaar zakat over het bedrag dat hij heeft uitgeleend.

Als iemand een lening geeft met een looptijd van vier jaar, dan telt hij dat bedrag samen met het geld dat hij zelf bezit. Als het totaal de nisab bereikt, betaalt hij daarover zakat. Hij kan ook ieder jaar berekenen hoeveel geld hij dat jaar heeft uitgeleend en dat optellen bij het geld dat hij nog in bezit heeft om zo zijn zakat te berekenen. Geld dat aan iemand anders is uitgeleend, blijft immers zijn eigen geld. Het bevindt zich alleen tijdelijk als lening of als toevertrouwd bezit bij iemand anders. Daarom wordt het nog steeds als zijn eigendom beschouwd. Voor het uitlenen zelf krijgt hij reeds beloning van Allah, maar dat is een andere kwestie. Het betalen van zakat over de lening blijft echter verplicht.

De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei:

“Als iemand 1000 dirham bezit en tegelijkertijd een schuld heeft van 1000 dirham, dan is er geen zakat over hem verschuldigd.”
(al-Mughni van Ibn Qudama)

In dezelfde bron zegt Ibn Qudama, gebaseerd op de consensus van de Sahaba:

“Wie schulden heeft, moet eerst zijn schulden afbetalen. Vervolgens betaalt hij zakat over het bezit dat voor hem overblijft.”

De bron van deze overleveringen is Abu ‘Ubayd, auteur van het boek al-Amwal.

Degene die geld heeft geleend, betaalt geen zakat over dat geleende bedrag, omdat het niet zijn eigendom is. Als de uitlener verwacht dat hij het geld gemakkelijk zal terugkrijgen, dan moet hij jaarlijks zakat betalen over het uitgeleende bedrag, ook al heeft hij het nog niet teruggekregen.

‘Umar (radiyallahu ‘anhu) zei:

“Wanneer het tijd is om zakat te betalen, tel dan de lening die je hebt uitstaan samen met het bezit dat je in handen hebt, bereken alles samen en betaal daarover zakat.”

‘Uthman (radiyallahu ‘anhu) zei:

“Je moet zakat betalen over de lening die je hebt uitgeleend. Want als je wilde, zou je proberen het geld terug te krijgen van degene die het geleend heeft. Als de schuldenaar vermogend is, laat je het bedrag bij hem omdat je hem tegemoetkomt of ontziet. Toch blijf jij verplicht hierover zakat te betalen.”

Ibn ‘Umar (radiyallahu ‘anhu) zei:

“Als je verwacht dat je de lening zult terugkrijgen, dan moet je daar ieder jaar zakat over betalen.”

Als de schuldenaar echter in financiële moeilijkheden verkeert en de schuld niet kan terugbetalen, of als je je geld niet kunt terugkrijgen van een rijke persoon die blijft uitstellen, dan hoef je in die situatie geen zakat te betalen. Maar wanneer je de schuld uiteindelijk terugkrijgt, moet je ook de zakat van de voorbije jaren betalen.

‘Ali (radiyallahu ‘anhu) zei:

“Als de schuldenaar betrouwbaar is en je verwacht de schuld terug te krijgen, betaal dan bij ontvangst ook de zakat van de voorgaande jaren.”

Ibn ‘Abbas (radiyallahu ‘anhu) zei:

“Als je geen hoop hebt om de lening terug te krijgen, betaal daarover dan geen zakat totdat je ze terugkrijgt. Wanneer je ze terugkrijgt, betaal dan de zakat die erop verschuldigd is.”

Al deze overleveringen zijn vermeld in het boek al-Amwal van Abu ‘Ubayd. Er is geen uitspraak van de Sahaba die hiermee in tegenspraak is.

Als degene die het geld heeft geleend ermee handelt of investeert, dan behoort de winst hem toe. Als er na een jaar iets van die winst overblijft en dit de nisab bereikt, dan betaalt hij daarover zakat. Heeft hij daarnaast nog andere inkomsten, dan telt hij de winst daarbij op en berekent hij zijn zakat overeenkomstig.

Ibn ‘Umar (radiyallahu ‘anhu) zei:

“Wanneer iemand bezit verwerft, is daarover geen zakat verschuldigd totdat er een jaar overheen is gegaan.”
(Tirmidhi)

De nisab bedraagt 200 dirham, waarbij iedere dirham overeenkomt met 2,97 gram. De nisab komt dus overeen met 594 gram zilver. Of met 20 dinar, waarbij iedere dinar 4,25 gram goud (24 karaat) bedraagt. Dat komt overeen met 85 gram goud. Het beste is echter om de waarde van 595 gram zilver als maatstaf te nemen. Wanneer iemand geld bezit ter waarde van deze hoeveelheid zilver en daar een jaar overheen gaat, betaalt hij hierover 2,5% zakat. Want het betalen van zakat is een manier om dichter bij Allah te komen. Wanneer iemand dus geld of handelsgoederen bezit ter waarde van 594 gram zilver, zou hij daarover zakat moeten betalen.

De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei:

“Er is geen zakat verschuldigd op minder dan 20 mithqal.”
(al-Amwal van Abu ‘Ubayd)

En:

“Er wordt geen zakat genomen van zilver totdat het 200 dirham bereikt.”
(Abu ‘Ubayd)

Hoe gebeurt de berekening?

Het bedrag dat iemand bezit wordt vergeleken met de waarde van 594 gram zilver, waarna de zakat wordt berekend in de gebruikte munteenheid. Stel bijvoorbeeld dat één gram zilver 40 cent waard zou zijn:

594 gram × 40 cent = 237,60 euro (afgerond 238 euro).

Wanneer een moslim na een jaar dus 238 euro bezit, moet hij daarvan 1/40 oftewel 2,5% als zakat geven. Zo komt hij dichter bij Allah Subhanahu wa Ta‘ala en hoopt hij Zijn tevredenheid te verkrijgen.

Comments are closed.